Polderpraat

Polderpraat is terug. De columns, die tussen 2002 en 2006 verschenen in De Postiljon, kregen in de zomer van 2012 een doorstart onder de naam Polderpraat - Campingbelevenissen.

De teksten beschreven de hilariteit op een camping. De dagelijkse beslommeringen van de gasten. Frank Snoei (1971), is iedere zomer op Texel met vrouw Nathaly (1974) en dochters Femke (2005) en Nynke (2010).

Volg het met veel plezier...

2015-2 Scheve buren

Scheve buren

We hebben sinds een paar dagen nieuwe veldbewoners op de camping. De scheve buren, zoals Nynke ze noemt omdat ze schuin tegenover ons staan.

De scheve buurvrouw heeft een probleem. Haar moeder is een dagje over en die zorgt kennelijk voor veel ergernissen. De rechte buurvrouw heeft ook een probleem, omdat ze het gezever van de scheve buurvrouw moet aanhoren.

“Lopen we over de markt, wil m’n moeder ineens kibbeling. Snap je dat nou, het was drie uur. En ja hoor, wij bij die kibbelingkraam, ben je bijna aan de beurt, heeft ze ineens toch liever een stroopwafel. Dan sta je daar, bijna aan de beurt, je kent dat wel”, herhaalt ze. De rechte buurvrouw knikt instemmend. “Jeetje, en wat heb je toen gedaan,” informeert ze voorzichtig.

“Ja wat denk je? Weg bij die kraam natuurlijk en wij naar die stroopwafelkraam. En ja hoor, zijn we daar bijna, wil ze ineens toch weer kibbeling. Ik zeg: ma, nu moet je ophouden hoor. Nou, puntje bij paaltje, toch weer achteraan gesloten bij die visboer en zij kibbeling eten. Sjonge jonge. En toen om zes uur, toen we gingen eten, moest ze natuurlijk niet meer. ‘Ik zit nog vol van die kibbeling’ zegt ze. Daar word je toch doodziek van. Nou, ik zal je zeggen, ik vind het niet erg dat ze morgen weer naar huis gaat.”

Intussen komt moeders terug van het toiletgebouw, zichtbaar opgelucht. “Heeft u het een beetje naar uw zin op Texel?”, vraagt de rechte buurvrouw. “Ja, het is hier heel leuk,” stelt de dame op leeftijd. “Je kunt hier van alles krijgen. Vanmiddag waren we op een markt en daar hebben we kibbeling gegeten. Dat had ik nog nooit op. Het is een soort vis met een korstje. Volgens mij doen ze het gewoon in de frituur. Ik ben er wel een beetje van aan de diarree gegaan, maar dat heb ik trouwens altijd als ik in een ander land ben.” De scheve buurvrouw zucht. “Texel is gewoon Nederland, mam,” zegt ze geïrriteerd. Mam hoort het niet. “Dat ligt aan het vreemde water. Eigenlijk moet je het altijd eerst koken. Geef de waterkoker maar even, dan doe ik het wel.”

De scheve buurvrouw geeft het op en overhandigt haar moeder de waterkoker. “Dankjewel mam,” fluistert ze.

“Hoe laat gaat je moeder morgen eigenlijk weer weg,” informeert de scheve buurman intussen. “Wat mij betreft zetten we ze morgen op de eerste boot.” De scheve buurvrouw wenkt opzichtig met haar hoofd, aangevend dat haar moeder zich inmiddels vlak achter de scheve buurman bevindt. Deze heeft het echter niet in de gaten en gaat rustig door. “Het was jouw idee om ze uit te nodigen hier, maar ik ben er onderhand al klaar mee. Jammer dat de boot ’s avonds niet vaart.” “Ahum,” schraapt de scheve schoonmoeder haar keel. De scheve buurman draait zich om. “Oh, hoi. We zeiden net tegen elkaar dat we het zo gezellig vinden dat je er bent…”

“Dat is mooi, jongen,” zegt ze. “Ik heb net besloten nog een weekje te blijven…”

 

2015-1 De Suite

“Zullen we een spelletje doen..?” vraagt dochter Nynke, terwijl ze haar bekrulde hoofd tussen de wapperende voordeurflappen van de voortent steekt.

“Dat komt nu even niet zo goed uit,” proberen we haar uit te leggen. Met beide armen boven ons hoofd staan we met alle macht de tentstokken vast te houden, wachtend op de volgende van de vele windstoten, die met hoge frequentie en met kracht 10 over Texel jagen. Tussen onze tanden hebben we de provisorisch bijeen geschraapte surrogaat-palletjes. De originele zijn inmiddels in de strijd tegen de elementen verloren gegaan. Om de stukken tentstok deugdelijk aan elkaar te bevestigen, hebben we daar wat schroeven en andere metalen voor gebruikt. Tussen de windstoten door gaat het prima, maar telkens als we de wind horen aanzwellen, moeten we ons schrap zetten.

Het interieur is inmiddels van plek verwisseld. Het driepits-gasfornuis ligt tussen de bedden, het kastje met borden en bestek achter de tent en het speelgoed verspreid over veldje Groen. Uit voorzorg hebben we de luifel al niet opgebouwd. De overbuurman, die zojuist een half uur achter zijn meubilair heeft aangerend, schiet ons te hulp met een aantal houten haringen. Die hebben meer grip, zo stellen de ervaren kampeerders. Hij heeft gelijk. Na het plaatsen van de houten haringen, ook wel zandharingen genoemd, vliegt onze voortent niet één maal meer over veld Groen.

De kinderen zijn in veiligheid gebracht bij bevriende mede-Groenvelders, zodat wij ons in alle rust kunnen concentreren op het redden van de vouwwagen.

Uiteindelijk neemt de wind zo halverwege de avond enigszins terug in kracht en resteert alleen de bende. Alle bagage hebben we inmiddels in de auto gezet. De auto, die tevens als stormbreker voor de tent fungeert. In de tent is het zwart van de modder. Bijna alle tentelastiek is kapot, maar omdat de wind is gaan liggen, besluiten we het meeste van het werk op te schorten tot de volgende morgen. Het hoognodige wordt gerepareerd.

De volgende dag ziet de wereld er heel anders uit. Het waait weliswaar nog flink, maar het is te doen. Na wat reparatie- en schoonmaakwerkzaamheden zien we de komende twee weken weer vol positivisme tegemoet.

Bij het toilet- en douchegebouw – ook wel Concertgebouw genoemd – lopen we een bekende tegen het lijf. Het is Monique. “Heb je gehoord dat er tegenwoordig muziek wordt gedraaid hier binnen?” vraagt ze. “Da’s voor mensen met darmproblemen.” Onbegrijpend kijk ik haar aan. “Gaat het dan gemakkelijker?”, geef ik een schot voor de boeg. “Misschien voelen mensen met een moeilijke darmflora- en fauna zich wat meer ontspannen als er een kalmerende Bachsuite wordt afgedraaid.”

“Nee joh”, zegt Monique. “Dat is om de bijgeluiden te maskeren. “Jij zit toch ook niet lekker als je naast je alleen maar gekletter en geplons hoort. Om van dat geratel maar te zwijgen… Dan is het alleen maar fijn als er een overstemmend muziekje te horen is.”

“Slim,” denk ik bij mezelf. “Waarbij na een stevig barbecuemaal een hardbonkend housenummer geen overbodige luxe is.”

 

2014 - 2 Luuk is jarig

De oplettende overbuurman ontpopt zich als de burgemeester van het veldje. De symphatieke Achterhoeker beziet, observeert, grijpt in waar nodig en bemoeit zich met de dinerkeuze, de weersvoorspelling, de hoogte en de kleur van het gras en de spelletjes van de kinderen. De Burgemeester sust brandjes, houdt het toiletbezoek van de buren bij, informeert bezorgd naar de verkoudheid van de buurvrouw op plek 9, weet precies wanneer iedereen vertrekt en wie er vervolgens op dat plekje zijn tent of caravan gaat neerzetten. Bier drinkt hij uit halve literblikken en koketteert met de naar zijn mening perfecte temperatuur van het gerstenat.

Om drie redenen komt hij uit zijn Dukdalf-campingstoel. Vanwege toiletbezoek, om bier te pakken én om een potje te voetballen met buurjongen Luuk. Luuk heeft het syndroom van Down en was gisteren jarig. Dertien jaar werd ‘ie. Luuk was helemaal enthousiast. Limburgse carnavalsmuziek klonk al om zeven uur ’s morgens uit de voortent, omdat Luuk daar zo van houdt. Verontschuldigend keken zijn trotse ouders naar de andere veldbewoners, maar niemand vond het erg. Natuurlijk niet. Ballonnen sierden de voortent en speciaal voor Luuk kwamen opa en oma over naar Texel. Luuk had de dag van zijn leven. En voetballen met De Burgemeester, natuurlijk. Dat gebeurt elke dag, dus ook op Luuks verjaardag.

“Eerst aannemen Luuk,” roept De Burgemeester. “En dan pas schieten.” De bal die ze gebruiken is er één uit de speelgoedwinkel, categorie Spongebob of Hello Kitty, zeg maar. Het ding zwabbert alle kanten op. Behalve de goede natuurlijk. Vaak vliegt de bal ergens een tent in, of zorgt ervoor dat het net zorgvuldig geserveerde bakje Duyvis borrelnoten over de tafel ligt, juist als de vrouw des huizes een greep wil doen. Maar niemand vindt het erg. Omdat Luuk het is. Luuk is altijd vrolijk en zorgt daarmee voor een zonnetje op het veld, ook als het bewolkt is. Luuk is redelijk onverstaanbaar, maar iedereen begrijpt wat ‘ie bedoelt. Dat wordt natuurlijk deels veroorzaakt door zijn beperking, maar ook doordat hij in de diepste krochten van Nederland woont, Limburg genaamd. Daar spreken ze een taal die alleen door soortgenoten wordt begrepen, waarbij het lijkt alsof de spreker zich in een permanente hoedanigheid van dronkenschap bevindt.

Inmiddels zit De Burgemeester weer op zijn troon, en komt ons na een kwintet blikken bier melden dat hij even weggaat. “Eten in de Catharinahoeve,” voegt hij toe. “Eigenlijk een pannenkoekenrestaurant, maar je kunt er ook vlees eten.” Ik besluit maar niet te zeggen dat ik dat allemaal al lang weet, maar knik belangstellend. “Goh, dan moeten we daar ook eens heen,” doe ik enthousiast. “Een pannenkoekenrestaurant waar je ook vlees kunt eten, dat zie je niet vaak meer. De vliegen die tot vervelens toe op je pannenkoek landen daargelaten.” De Achterhoeker snapt ‘m niet. “Schnitzels hoor. En biefstuk,” verduidelijkt hij, terwijl hij eerst met twee handen een schnitzel uitbeeldt en vervolgens met één hand een wapperend gebaar maakt, vlak naast zijn linkerwang. “Lekker hoor!” “Een Argentijns steakrestaurant, waar ze een pannenkoek met kaas serveren. Met stroop. Dat zou pas een gat in de markt zijn,” probeer ik nog. “Maar De Burgemeester is al weg. Eten in de Catharinahoeve. “Ik denk dat ik rond een uur of negen terug ben,” zegt hij. “Maar een half uurtje later kan ook. Je ziet me wel weer verschijnen.”

2014 -1 De sliert der liefde

’s Ochtends, een uur of half acht. Camping De Krim op Texel ontwaakt. Konijntjes en meeuwen scharrelen gebroederlijk over het veldje. Uit de verschillende tenten klinken voorzichtig de eerste ochtendgeluiden. Slaperige hoofden komen voorbij. “Goedemorgen” is het populairste woord op dit uur. Op de terugweg zien de meesten er opgelucht uit.

Het veldje van dit jaar is een mooie mix. Naast ons staat een Duitser, die nauwelijks zijn camper uitkomt. Soms voetbalt hij met zijn zoontje. Hij staat op doel en zegt dat ‘ie Neuer heet. Zijn zoontje speelt Toni Kroos. Pesterig draagt hij een shirt waarop ‘Weltmeister 2014’ staat. “Jullie hebben het verdiend hoor”, jok ik in mijn beste Duits. De camping verbroedert.

De overbuurman blijkt wat last te hebben van darmklachten. Een rafelend geluid klinkt. Drie keer achtereen, met tussendoor telkens een korte pauze. Dan gaat de rits van de voortent open en komt ‘ie naar buiten. “Goedemorgen”, mompelt hij. “Goedemorgen”, wens ik hem terug. Hij wandelt richting Concertgebouw, maar de ouverture is reeds achter de rug. Een minuutje later besluit ik hem te volgen en loop een paar oude bekenden tegen het lijf. Het zijn Frans en Henk, die ook al jaren op de camping komen. Henk is duidelijk aangekomen. Even wil ik een flauwe zwangerschapsgrap maken, maar ik laat het achterwege. De mannen zijn de afwas aan het doen, waarschijnlijk nog van gisteravond. Het afwaswater kleurt rood, kennelijk hebben de echtelieden aan de pasta gezeten. Met bolognesesaus. Ik zie voor me hoe ze samen spaghetti eten, allebei aan één kant van de sliert. Wie het eerste, al slurpend halverwege is. Dan wacht de winnaar op de ander, en ontmoeten ze elkaar vervolgens in een hartstochtelijke kus. Dan begint het spelletje opnieuw. Maar ik kan het ook fout hebben natuurlijk. Misschien hebben ze gewoon patat op, en een frikandel met pindasaus. “Tot ziens”, zeg ik. “Doei, we zien elkaar,” roept Frans.

De buurman van de hoek is een Achterhoeker. Een hele sociale. Met alle mensen op het veldje komt hij regelmatig een praatje maken, maar als hij op zijn troon zit voor zijn vouwwagen, heeft hij het mooiste overzicht van het hele veld. Hij observeert de spelletjes van de kinderen en becommentarieert alles wat hij ziet. Zo iemand die van het hele veld weet wat er ’s avonds op het menu heeft gestaan en er dan ook iets van zegt. “Die aardappels, had je die uit de campingwinkel of van thuis meegenomen? Ik zag er wat donkere plekjes in zitten, vandaar.” Dat werk. “Was die pap niet over de datum..?”

Ook de kinderbingo is weer achter de rug. Een handvol kinderen, vergezeld door soms bloedfanatieke ouders, heeft weer anderhalf uur plezier gehad. En net als bij de volwassenen, zijn het hier ook slechts een paar kinderen die er met alle prijzen vandoor gaan. “Nog iets gewonnen?”, informeert de Achterhoeker naar de bekende weg. “In elk geval eet smakelijk voor straks,” zegt hij, terwijl hij nog een blik Finkenbrau opentrekt.

 

2013-4 Afscheid

En zo zitten onze twee weken vakantie op De Krim op Texel er al weer bijna op. De laatste ochtend breekt aan. Nog één keer broodjes halen, nog een keertje zwemmen en nog een laatste keer naar het Concertgebouw om een afscheidssymphonie te componeren. Maar eerst nog eventjes zitten en kijken. Alleen maar kijken, om inspiratie op te doen voor de slotaflevering van dit jaar.

Aan de overkant hoor ik een rits open gaan, één van die karakteristieke campinggeluiden. Voorzichtig steekt de knappe overbuurvrouw haar hoofd naar buiten. Haar lange haar, dat gisteravond nog zo mooi steil naar beneden viel, staat verrassend alle kanten op. Ze geeuwt, met geluid. "Goedemorgen," klinkt aan het eind van de geeuw. "Goedemorgen buurvrouw," luidt mijn logische antwoord. "Laatste dagje alweer he," probeer ik het ijs al vroeg te breken. "Ja het gaat altijd weer snel als je het zo naar je zin hebt," klinkt het clichématig. "Nu nog even de boel inpakken en dan weer op naar huis." Even overweeg ik heel flauw te vragen of de reis wellicht naar Vrouwenpolder of Potsdam gaat, maar ik slik het in. Het is nog te vroeg. Inmiddels zijn ook de kortharige vriendin en Luca, het hondje, de tent uitgekomen. Gedrieen huppelen ze richting Concertgebouw...

Als we bijna klaar zijn, lopen we nog eventjes naar het oude veldje - dat van vorig jaar. Alle oude bekenden zijn ook bezig met opruimen, ook voor hen zit het er weer op. We nemen afscheid en op de terugweg regelen we meteen de boeking voor volgend jaar. We zien elkaar volgend jaar weer terug, zo spreken we af. We staan dan weer op de plek van vorig jaar, tussen alle vakantiekennissen. De Facebookgegevens worden geactualiseerd en afgesproken wordt elkaar te blijven volgen. Eenieder met zijn eigen problemen. Ieder huis heeft zijn kruis, zo blijkt maar weer...

Lopend langs het Concertgebouw valt mijn oog op Frans en Henk, die samen de vaat aan het doen zijn. Frans wast en Henk droogt. Volgens mij een vaste indeling, want dat was vorig jaar ook al zo. "Deze is nog niet helemaal schoon Frans," merkt Henk op als hij een bord afdroogt. "Oepsie," kirt Frans en met een brede glimlach dompelt hij het bord nogmaals onder. "Doeii..!" roepen ze gezamenlijk als ik vanaf een veilige afstand gedag zeg. "Tot volgend jaar?" klinkt het hoopvol. "Zeker, mijn vrouw en ik hebben al geboekt," roep ik. "Mijn vrouw en de kinderen en ik hebben het namelijk heel goed naar onze zin hier. Dit is trouwens mijn vrouw," voeg ik nog toe terwijl ik haar zo charmant mogelijk aankijk. "Goh, wat leuk," aarzelt Henk. Hij pakt het laatste bord en stamelt: "nou, tot volgend jaar dan maar..."

Alle spullen zijn ingepakt, de auto staat klaar. Een laatste kopje koffie op het eiland en we gaan richting huis. De Dokter Wagemaker - één van de veerboten - pronkt in haven 't Horntje om ons naar het vasteland te brengen. Het was weer een enorm fijne vakantie en we kunnen niet wachten op het volgende bezoek aan Texel. Het was een vakantie waarin ik tot nieuwe inzichten ben gekomen. Ik heb definitief besloten om mijn lang gekoesterde dromen te gaan volgen. Binnenkort start ik met een opleiding van anderhalf jaar tot uitvaartverzorger en hoop een compleet nieuwe wending te geven aan mijn arbeidzame leven. Het is iets dat ik altijd al heb gewild. Nu - door het abrupte einde aan mijn baan als journalist door een faillissement - is er de kans. En die grijp ik met twee handen aan. Iets doen wat je écht wilt. Dat is wat ik ga doen. En Polderpraat? Die blijft bestaan...

Frank

2013-3 Het Concertgebouw

Na een ochtendje in Den Burg met traditioneel pannenkoekbezoek in de aloude Catharinahoeve is ook op de camping op Texel de regen losgebarsten. Een middagje en avondje tent, derhalve. Maar goed ook, want het avondeten heeft gezorgd voor een wat instabiele darmflora. Voor de zoveelste keer deze avond maak ik de gang naar het toiletgebouw. Ik begin meer en meer respect te krijgen voor de medewerkers die de hele dag bezig zijn om de boel schoon te maken. Sommigen maken er een bende van...

Ik zoek het schoonste toilet in een rijtje van acht uit. Het wordt nummer twee. Als de deur op slot doe, merk ik dat zich op drie een buurman meldt. Ter begroeting klinkt een luide boer. De man schaamt zich kennelijk niet en ook ik besluit me niet in te houden. Ik zet de achterdeur wijd open en onder begeleiding van een imposant geluid, voel ik als het ware een ballon uit mijn onderbuik verdwijnen. De akoestiek is uitstekend - onder vaste campinggasten wordt deze ruimte dan ook wel Het Concertgebouw genoemd. Tegelijkertijd beeindigen de buurman en ik de werkzaamheden en wassen gebroederlijk de handen. Het wederzijds respect is groot.

Terug bij de tent blijkt ook de knappe buurvrouw weer te zijn gearriveerd. De buurvrouw is samen met haar vrouwelijke geliefde op de camping. Ook is er een hondje bij, wat er voor zorgt dat de buurvrouw niet de enige is met een hoge aaibaarheidsfactor. Het hondje trekt zogenaamd veel bekijks op het veldje. Zelfs de Haagse buurman die vorige week nog naar eigen zeggen 'een schijthekel aan honden heeft' informeert driemaal daags bezorgd bij de knappe buurvrouw naar het welzijn van de viervoeter... Het hondje vindt het allemaal best. En de buurvrouw ook.

Bij de wekelijkse bingo is het ook weer oergezellig. Het hele veldje van vorig jaar zit vooraan, bingokaart en professionele bingostift in de aanslag. Uiteindelijk wordt er niets gewonnen, ook niet door dochter Femke en mij. Vol afgunst wordt er plichtmatig geapplaudisseerd voor degenen die uiteindelijk dolgelukkig naar huis gaan met een doosje thee, een emmer of een afdruiprek. "Liedje, liedje, liedje..." brult het publiek als er iemand zijn bingokaart laat checken bij de dames van het animatieteam. Bij een foute bingo dient er immers een door het publiek gekozen lied ten gehore worden gebracht. Het blijft de winnaars deze avond bespaard...

Ook Frans en Henk vallen niet in de prijzen. Met lichtgebogen hoofd benen ze richting tent...

2013-2 Oude bekenden

"Wij hebben thuis honderd koeien, acht paarden, twaalf konijnen, een paar hamsters, een cavia, een schaap en twee honden," somt Maud op, die even komt buurten, terwijl ze meteen nieuwsgierig informeert wat er bij ons deze avond op het menu staat. "Goh, dat zijn er wel heel veel," geef ik toe. "Ja, maar wij wonen ook op een boederij, net over het kanaal," bagatelliseert ze de eerdere opmerking.

"Oh, ja, op een boerderij kun je natuurlijk allerlei dieren verwachten," merk ik op. "En in welke plaats staat jullie boederij dan?" Maud weet het niet. "Bij het kanaal," herhaalt ze. "Ik ben daar wel eens geweest," vertrouw ik haar knipogend toe. "Echt waar? Ik heb je nog nooit gezien," constateert ze beteuterd...

Oudste dochter Femke maakt zich inmiddels klaar om het gewenste ponyritje te maken. Vorig jaar is Nathaly met haar meegegaan, dus nu ben ik de klos. Paarden heb ik liever niet in mijn buurt, maar ik ga natuurlijk met haar mee voor een ritje in het bos. "Dit is Timmie," roept het paardenmeisje die alles regelt. "Een heel lief dier." Ik twijfel omdat het beest meteen zijn gebit toont als ik probeer visueel contact met hem te maken. Toch bestijgt mijn dochter de wandelende lendebiefstuk routineus en maant me tot haast. "Kom papa, we gaan. We moeten de rode paaltjes volgen." Mijn voorgevoel komt uit. Het beest begint na tien meter wild met zijn kop te zwaaien en Femke moet haar best doen om te blijven zitten. "Deze gaan we ruilen," besluit ik. Het paardenmeisje kijkt me wat vreemd aan, maar beveelt ons Ieniemienie aan, een rustig ogende pony. Dat blijkt gelukkig ook zo te zijn en het ritje wordt zonder grote problemen voltooid. Triomfantelijk helpt het paardenmeisje Femke van de pony. "Was het leuk?" vraagt ze? Femke antwoordt bevestigend. "Ik heb ze toch liever op m'n bord," verklap ik het paardenmeisje. Ze begrijpt me niet. Gelukkig maar...

Naast ons probeert de buurman een dutje te doen. De stoel in de ligstand en de pet achterstevoren en gezichtsbedekkend op z'n hoofd. Omdat de man beschikt over een monnik-kapsel - u weet wel, zo'n grote kale plek in het midden - is het niet goed te zien wat de voor- en achterkant van het gezicht is. De onderste ring met haar is met een beetje fantasie net een baard. Mijn zieke geest nodigt me uit om een gezichtje op de kale hoofdhuid te tekenen, met de viltstiftset van mijn dochters, maar het verstand wint. Ik was ook te laat geweest, want zijn dochter is me voor. "Papaaaaaaa..! We zouden een spelletje doen, weet je nog?"

Frans en Henk, de geliefden van vorig jaar, zijn inmiddels ook weer op de camping gearriveerd. Beiden getooid met een frisse coupe wandelen ze het toiletgebouw binnen. "Hooooii..", roept Frans. "Ha jongens," groet ik terug. "Hoe is het ermee..?" "Heel goed hoor, dankjewel," neemt Henk ook deel aan het gesprek. "Staan jullie weer op hetzelfde veldje?" doe ik belangstellend. "Ja hoor, grinnikt Frans, terwijl hij Henk over z'n rug wrijft. "We zijn gek op dat ene plekje met al die schaduw..." "Daar twijfel ik niet aan," stotter ik terug, terwijl ik onbewust een klein stapje achteruit doe. "Veel plezier nog..!"

 

2013-1 De Niezer

"Kom jij een beetje uit met je onderbroeken?" informeert de bezorgde buurvrouw met een onvervalst Friese tongval. "Ik had er zeven mee, dus dat denk ik wel," antwoordt de man. Tevreden gaat de buurvrouw verder met inpakken. Morgen gaan ze immers weer naar huis en krijgen we weer nieuwe buren.

Intussen meldt zich een vriendinnetje voor Femke. "Ik ben Maud," zegt de jonge Hengelose. "Dan heten jouw broertje en zusje zeker Hop en Gerst," probeer ik meteen het ijs te breken. "Nee, die heten Len en Britt," antwoordt ze schuchter nadat ze me eerst vijf seconden onbegrijpend aankijkt. "Mijn vader heet Bert en die drinkt bier," luidt het vervolg. "Nou, dan kunnen jouw vader en ik het vast goed met elkaar vinden," vertrouw ik Maud toe.

De buurman van rechtsvoor is verkouden. Uiterst vervelend op vakantie. Bovendien is de man een uitbundige niezer. Je hebt verschillende soorten niezers. De ingetogen niezers, die de mond dichthouden en bij iedere nasale samentrekking slechts een kort kreuntje produceren. Mijn vrouw is er zo één. De gemiddelde niezers, met een heel mooi, lieflijk, haast ontroerend geluid. Veel vrouwen niezen zo. Op het veldje is dit de populairste niescategorie. Tenslotte dus de uitbundige niezers, zoals de buurman rechtsvoor. De man zit naar zijn eigen inschatting ver genoeg weg van de andere mensen en plaatst derhalve zijn hand niet voor zijn mond tijdens de nies. Als aanloop kijkt hij even naar boven in de zon, haalt drie keer diep adem en de explosie wordt gevolgd door een soort flapperend geluid. Het lijkt op het geluid dat je op het allerlaatste moment hoort als je een opgeblazen ballon loslaat, die je kort daarvoor nog met duim en wijsvinger hebt dichtgeknepen. Een tiental spetters vindt een plaatsje op het tafelkleed met zonnebloemen, dat over de tuintafel is gedrapeerd. Snel pakt zijn vrouw een zakdoekje en veegt het kleed schoon, waarna het ritueel zich herhaalt.

Inmiddels zijn naast ons - op plekje 148 - nieuwe mensen aangekomen. Geen kampeerders, maar dat maakt het leuk. We helpen ze met de gasfles en geven ze als ervaren Texelgangers tips voor hun verblijf op het eiland. We voelen ons hier thuis. En dus hebben we maar weer meteen een voorboeking gemaakt voor volgend jaar...

De niezende buurman gaat intussen overstoorbaar verder met het delen van zijn verkoudheid. Het levert bezorgde blikken op van de rest van het veldje. Het 'gezondheid' klinkt vanuit alle hoeken. "Dank jullie wel," antwoordt de man een tikkeltje ontroerd. Terwijl zijn vrouw een nieuw pakje Tempo tevoorschijn tovert, schenken wij nog maar eens in. "Proost!" mompelt De Niezer...

2012-6 Campinggeluiden

De Alblasserwaardse buurvrouw staat een paar meter voor haar tent, praktisch tegen het wandelpad. Haar rechterarm gaat omhoog, terwijl de hand zichzelf een Karate Kid-achtige kromming aanmeet. In haar linkerhand bevindt zich een behoorlijke kwak creme-achtige substantie, die vervolgens overdadig in de rechter okselzone wordt aangebracht. Het ritueel verraadt ervaring - minstens handigheid.

"Uitslag onder m'n armen," verduidelijkt ze als er vanaf de overkant vragende blikken volgen. Op de camping heeft niemand geheimen.

"Hatsjoe..!" klinkt het uit de tent van de nieuwe buren van plekje 77. "Hatsjoe..!" herhaalt de kennelijk verkouden buurman. Als de arme man nóg een keer niest, besluit de buurvrouw te komen informeren naar de gezondheidstoestand van de buurman. Haar armen gespreid, om de anti-eczeemcreme te kunnen laten drogen. "Koutje gevat, buurman?" vraagt ze bezorgd. Er ontspint zich een interessant gesprek over het soms wat eigenaardige klimaat dat op het eiland heerst. "Succes met uw verkoudheid," besluit de buurvrouw. "En u met uw eczeem," geeft de buurman de buurvrouw een steuntje in de rug.

Vanaf de ontbijttafel zien we alles met genoegen aan. Ik voel me op mijn gemak en besluit een wind te laten. Op de harde kunststof stoelen klinkt het resultaat wat harder door dan aanvankelijk de bedoeling was.

De buren knikken goedkeurend en hier en daar horen we een zenuwachtig lachje. "Dat lucht op zeg," breek ik het ijs. "Iedereen op het veldje is blij voor me. "Wie geen huur betaalt, moet eruit," grapt de buurman van 77, die nog maar eens een keer niest. De buurvrouw, die nog altijd met de armen wijd rondloopt, vraagt aan haar schoondochter of ze de koffiepot even wil aangeven.

Campinggeluiden. Prachtig. Volgend jaar weer!

Frank

2012-5 Toiletgebouw

"Hee Gerrit," roept de Alblasserwaardse buurvrouw naar haar man, die net in de tent begint met koffie zetten. "Hee Gerrit. Als je bloedverdunners slikt, mot je geen boerenkool vreten."

De buurvrouw leest de zaterdageditie van De Telegraaf, die kennelijk vanwege de komkommertijd dergelijke berichten plaatst. Gerrit geeft geen commentaar, maar een blik richting onze tent zegt voldoende. Een beetje campinggast eet om beurten barbecue, patat uit de campingsnackbar, macaroni en pizza. Op de vijfde dag herhaalt het menu zich, dat alleen maar kan worden aangepast als het barbecuen meteorologisch onmogelijk blijkt te zijn. Vandaag was het pizzadag, wat de opmerking van zijn vrouw, getuige zijn lichaamstaal, in één keer volkomen nutteloos en dom maakt. Hij besluit dan ook de opmerking niet te becommentariëren.

Zelf kozen we deze avond voor de snackbarvariant. Nu komen we al jaren op deze camping, en - hoe aardig ook - de medewerkers zijn er nog nooit in geslaagd om de bestelling foutloos uit te voeren. Iedere keer is het dan ook weer een verrassing wat de uiteindelijke inhoud van de tas is. Dit keer lijken we geluk te te hebben. Het door mij verlangde bamihapje ontbreekt helaas, maar in plaats daarvan voegen de medewerkers maar liefst drie extra frikandellen toe, waarvan er niet één gefactureerd blijkt. We besluiten niet tegen deze onvolkomenheid in beroep te gaan en eten met graagte de bonussnacks op.

Een klein half uurtje na het copieuze maal beginnen mijn darmen op te spelen. Ik besluit daarop de gang naar het toiletgebouw te maken. Gelukkig is dit niet zo'n camping waarbij de gebruiker moet zorgdragen voor zijn eigen toiletpapier. Een gang langs alle tenten en caravans met de rol toiletpapier onder de arm wordt me derhalve bespaard. Nu blijft er voor de mede-campinggasten nog wat te raden over. Je zou immers net zo goed een stukje kunnen gaan wandelen. Niemand wordt graag door derden geconfronteerd met de manier waarop de stoelgang wordt beleefd...

Aangekomen bij het toiletgebouw kies ik voor de tweede van links. Niet uit bijgeloof, maar vanwege het feit dat deze ruim voorzien is van toiletpapier en bovendien smetteloos schoon is. Naast me zit een man die ervan overtuigd is de enige bezoeker te zijn van het gebouw. De arme man heeft duidelijk moeite, want zijn overdadige gekreun heeft nu eenmaal niet de kenmerken van een soepele bevalling. Ik krijg zelfs de indruk dat het wat pijnlijk is. Het gerecyclede campingvoer bevat kennelijk wat scherpe randjes. Wellicht heeft de goede man in al zijn honger per ongeluk een stukje spies ingeslikt tijdens de barbecue.

Inmiddels heb ik zelf mijn werkzaamheden soepel en geroutineerd weten af te ronden en besluit de ruimte aanstonds te verlaten. Het geratel van de toiletpapier-dispenser aan de andere kant van de muur, leert me dat ook de buurman in de afsluitende fase zit. Tegelijkertijd vertrouwen we het eindprodukt aan het riool toe en openen de deur. Met een rood hoofd - van schaamte of inspanning - wenst hij me een goedenavond.

Terwijl de arme man zijn handen wast, beziet hij zijn bezwete hoofd in de spiegel. "Als je moet, dan moet je hé,"mompelt hij.

Frank

2012-4 Spelletjes

"Ben ik een varken?", hoor ik de Alblasserwaardse buurvrouw belangstellend vragen. Haar vier tafelgenoten - de onhandige buurman, het bijdehante jongste zoontje van ongeveer 11 jaar en de puberzoon met zijn vriendinnetje - kijken moeders veelzeggend aan. De retoriek in de vraag is treffend, zo straalt van de blikken van haar spelpartners.

Op het programma staat het beroemde campingspel 'Wat ben ik'. Een variant op het aloude bordspel Wie is het, gebaseerd op de televisie-kijkcijferhit Wie ben ik, met Caroline Tensen en consorten. Met zichtbare tegenzin heeft iedereen van plekje 75 zich naar de speltafel begeven, waar moeders geforceerd probeert de sfeer erin te krijgen. "Nou, kom op jongens. Ben ik een varken?" klinkt het nogmaals. Op haar hoofd draagt de vrouw des huizes een soort diadeem met daarop inderdaad een afbeelding van een varken. Vader heeft een barbecue, het vervelende ventje een schaap, terwijl de puberzoon en zijn vriendin het respectievelijk moeten doen met een kasteel en een matras. Waarbij het mooie van het spel natuurlijk is dat je van jezelf niet weet wat of wie je bent, maar dat de rest van het gezelschap daar door middel van het stellen van gerichte vragen moet proberen achter te komen.

Vader verklapt als eerste dat zijn vrouw inderdaad een varken is. Waarschijnlijk uit angst voor represailles haast hij zich te zeggen dat het maar een spelletje is. De jongste zoon gniffelt. Punt voor mama!

De verveeld toekijkende schoondochter-in-spé is aan de beurt. "Ben ik een mens?", vraagt ze als eerste. De jongste is er als de kippen bij om te melden dat hij dat niet zeker weet. het komt hem op een geagiteerde blik van zijn vader te staan. "Een ding, dan?" vervolgt ze. "Wel een lekker ding," mompelt de puberzoon, terwijl hij haar een schalkse knipoog geeft. Een paar vragen verder is de schoondochter er achter dat ze een matras is. "Vertel eens wat nieuws," zegt het vervelende zoontje. "Zo noemen ze je op school toch ook..?" Zijn oudere broer geeft hem een schop, vlak onder de knieschijf.

Het spel is afgelopen, zonder dat er duidelijk een winnaar wordt aangewezen. Moeder heeft er geen zin meer in. De diadeem met de afbeelding van het varken verdwijnt in de doos.

"Iemand nog wat drinken?" vraagt vader. "Nee hoor, ik heb geen zin meer om hier te zijn," zegt de oudste zoon. "Kom schat, we gaan naar bed."

"Ga jij maar op je matras liggen," zuigt de jongste nog even door...

Frank

 

2012-3 Barbecue Tuesday

De rookwolken zijn inmiddels opgetrokken. Gisteren was het Barbecue Tuesday op het veldje.

Aangestoken door de buurman op 77 slaat het hele veld aan het barbecuen. Wij natuurlijk ook. Een fraai gezicht is het. Vijf rookgordijnen naast elkaar, hier en daar overlappend. Waar wijzelf routineus te werk gaan en ook de buurman van 77 duidelijk van wanten weet, blijkt uit het handelen van buurman 75 weinig ervaring. Waar zijn gezin hongerig wacht aan de pompeus gedekte dis, slaagt de overigens zeer sympathieke Alblasserwaarder er niet om een fatsoenlijk maal voor te schotelen.

Inmiddels zijn wij allang klaar. Zelfs de aanvankelijk overgebleven schouderkarbonades zijn door mij al in de verlenging geconfisqueerd en we beginnen langzaam met afruimen. Ook de buren van 77 zijn al richting afwasgebouw, terwijl Frans en Henk - de pur sang kampeerders annex geliefden - zich al richting de echtelijke sponde manoeuvreren.

Op dat moment begint het gemor bij de buren. "Zeg pa, ik zit hier nu al anderhalf uur op zo'n dun speklapje te wachten," stelt de jongste zoon, terwijl hij met zijn vingers de dikte van een bierviltje uitbeeldt.

Ik krijg medelijden en bied het bij ons overgebleven stokbrood kosteloos aan bij de buren. Met graagte wordt het aanbod geaccepteerd. "Hebben we tenminste nog iets," bromt de puberzoon van 15, hetgeen hem op een geïrriteerde blik van zijn vader komt te staan. De arme man kijkt onder zijn schouder door, terwijl hij amechtig de kolen nieuw leven probeert in te blazen op het rooster van zijn net aangeschafte Jumbo-barbecue.

"Ze zijn bijna klaar," roept hij een kwartiertje later enthousiast, ietwat overdreven vrolijk om de sfeer in het gezin goed te houden. Trots deelt hij een paar minuten later vijf speklapjes uit. "Lekker he," roept hij, nonchalant twee vetstraaltjes wegvegend die parmantig via zijn mondhoeken proberen te ontsnappen. De arme man krijgt weinig sjoege.

Na drie happen is het eerste stukje vlees verorberd. "Zal ik er nog wat opgooien?" stelt vader voor. "Doe maar een satéetje," werpt de dochter de handdoek in de ring. "Ik ben nu toch al te laat voor de bingo."

Iedereen is inmiddels klaar met de afwas en ongemerkt houdt het hele veldje de escapades van de Alblasserwaardse campinggasten in de gaten. Als de saté klaar is, wordt ook deze nog gretig geconsumeerd. Schuldbewust zoekt vader de vuile vaat bijelkaar en vertrekt met zijn jongste zoon richting afwas. Moeder en puberzoon spelen in het schemerdonker nog een potje badminton, want dat hoort nu eenmaal op de camping. "Waar is nou die shuttle," roept mama, vertwijfeld om zich heen kijkend. "Die zit vast in je racket, doos," complimenteert hij zijn moeder. Het betekent meteen het einde van de badmintonwedstrijd. De geleende schaal, waarin ik het stokbrood had gepresenteerd, wordt door de puberzoon geretourneerd. "Mijn vader vraagt of je misschien een biertje lust.."

Frank

2012-2 Aankomst

Altijd mooi, zo'n eerste dag op de camping. Rustig observeren. Wie staat er naast je, zijn er kinderen om mee te spelen en - belangrijk - hoe dicht staan we bij het plas-, afwas-, douche- en poepgebouw.

Plekje 76 hebben we. Mooi gesitueerd in een bochtje. Met om ons heen een mooie diversiteit aan mensen. Ouderen zonder kinderen, jonge mensen met baby, maar ook lieden van vergelijkbare leeftijd en dito kinderen. Een paar tenten verderop staan Frans en Henk. Frans en Henk houden van elkaar. Dat geeft niks, zelfs niet op Texel. Niet klooien met ooien, is hier in de schapenwereld een veel gebezigd gezegde.

We hebben dit jaar met een traditie gebroken. Steevast wordt op de eerste dag patat gehaald in de snackbar van de camping. Dit keer niet. Ik koos voor een drietraps menu van gebakken aardappels, snijbonen en een hamburger. Smakelijk, dat zeker. Maar inherent aan het zelf bereiden van het diner, is het afsluitende afwasritueel.

Op dat moment treden de ongeschreven wetten van het campingleven in werking. De mannen wassen af. Dus wandel ik met een afwasteil vol met vuile vaat, afwasmiddel en afdroogdoek richting het multifunctionele gebouw, dat gelukkig voor ons op slechts een kleine honderd meter is gelegen. Ik moet wachten, want er zijn tien plekken voor twintig mannen. Mijn spieren beginnen zich te roeren, omdat de wasteil aardig begint door te wegen.

Dan ben ik aan de beurt. Ik sta naast Frans en Henk. Frans wast, Henk droogt. De campingromantiek spat er van af. "Goed afdrogen hoor Henk..! Dan kunnen we ons roséetje straks in een lekker schoon glas schenken..." Ik sta er naast en trakteer Henk op een onbedoelde knipoog, hopende dat de goede man daar geen amoureuze bedoelingen achter zoekt. Het lijkt mee te vallen. Terwijl ik het aanrechtblad ontdoe van de etensresten van mijn voorganger, gaat het duo onverstoorbaar verder. Gezien de structuur van het achtergebleven materiaal, zijn er spareribs gegeten - ergens op de camping. De botjes schuif ik gedecideerd opzij, zodat er ruimte ontstaat voor mijn schone vaat.

Tijd om nog eens rustig bij de tent te zitten. Het koelt enorm af, maar als een echte kampeerder blijf ik stug buiten zitten. Desnoods gaat het trainingspak aan, maar we blijven buiten.

Bij Frans en Henk is inmiddels het licht uit.

Tot morgen,

Frank

2012-1 De aanloop

De jaarlijks gebruikelijke en zichzelf repeterende discussies zijn alweer enige tijd op gang. Wat gaat er mee op vakantie... Fietsen meenemen of juist niet. Eten voor onderweg? Hoeveel knuffels mogen de meiden meenemen? En hoe zorgen we ervoor dat ik nog een klein beetje zicht heb door onze achterruit...

Mooi, die aanloop. Ze zeggen wel eens dat het verlangen náár feitelijk mooier is dan wanneer het werkelijk zover is. Maar daar doe ik niet aan mee. Texel begint een tweede thuis te worden, in elk geval qua gevoel. Dus ik zit er liever vandaag dan morgen.

Bijzondere tendens is dat we steeds een beetje primitiever gaan. Van luxe bungalow naar een chalet en nu in een toercaravan. Mét voortent. Dat dan weer wel. Op een heus campingveld. En daar heb ik ongelofelijk veel zin in. Alle cliché's zullen weer voorbij komen, met de toiletrol, het plasgebouw, de barbecue, het animatieteam en het veelvuldig klinkende 'Godemorgen' als voorbeelden.

Vanaf deze plaats ga ik een dagelijkse impressie geven van het leven op en rond de camping. Met de nodige humor doorspekt natuurlijk. En daarvoor hoef ik niet eens veel te fantaseren. Hooguit wat uitvergroten van cliché's en onvolkomenheden. Met als grote inspiratiebron de gewone mens in zijn dagelijkse bezigheden...

Het eerste deel van Polderpraat - Campingbelevenissen verschijnt op maandag 23 of dinsdag 24 juli.

Frank